Breendonk: Meuttes
Breendonkenaren stonden bekend als ‘meuttes’, dialect voor jonge kalveren. Die naam kregen ze in de negentiende eeuw toen Breendonk veel kalverhandelaars telde. De link met veehandel zette zich door in het dorpsleven: zo heeft Breendonk de straatnaam ‘Beenhouwersstraat’ en het café ‘De Vetten Os’.
| In Breendonk heb je nog altijd de ‘Meutteworp’. Als afsluiter van de jaarmarkt in oktober worden dan snoepjes en cadeautjes uitgestrooid voor de kinderen. |
Kalfort: Kalfskoppen
De bijnaam ‘kalfskop’ verwijst naar een legende over de processie in Puurs. Omdat ze daar geen Mariabeeld hadden, leenden ze dat van de zusters in Kalfort. Maar na het feest vergaten ze het beeld terug te brengen. Enkele dagen later, tijdens onweer, vonden de zusters hun Mariabeeld terug in de beek: rustend op een kalfskop.
Liezele: Pieren
Inwoners van Liezele droegen de bijnaam ‘pieren’, verwijzend naar regenwormen. Ironisch genoeg waren die blijkbaar niet te vinden in Liezele. Dat kwam omdat de grond er te arm en droog was. Bij gebrek aan echte wormen werden de inwoners dan maar zelf pieren genoemd.
| Er waren ook spotnamen voor het dorp. Zo werd Liezele ‘het overschot van de wereld’ genoemd, omdat het destijds afgelegen lag. En omdat het klein was, sprak men ook van ‘Kladdeke Liezel’, verwijzend naar een ‘kladdeken’ – uitwerpsel – van een vogel. |
Lippelo: Gedeisterde patatten
Inwoners van Lippelo kregen de bijnaam ‘gedeisterde patatten’, dialect voor gestampte aardappelen. Dat kwam omdat ze verzot waren op dit eenvoudige gerecht. En wist je dat Lippelo tijdens de aardappelziekte in 1845 uitgroeide tot bedevaartsoord? Duizenden boeren kwamen er bidden voor de bescherming van hun oogst.
| Ook nu nog is er in Lippelo een bedevaart ter ere van Sint-Antonius, patroonheilige van de boeren. Die vindt plaats op de derde zondag van juli en wordt voorafgegaan door de ‘patattenmis’. |
Oppuurs: Tessen
De bijnaam ‘tessen’ verwijst naar boodschappentassen. Volgens de overlevering trokken inwoners van Oppuurs naar Puurs voor hun inkopen. Wanneer ze terugkeerden, deden ze dat 'met hun tessen vol’. De Puursenaren namen dat beeld over als speelse spotnaam voor hun buren.
Puurs: Kipkappen
Puursenaren werden ‘kipkappen’ genoemd – verwijzend naar een streekproduct van gemalen varkensvlees. Het gerucht ging dat er tijdens de Puurse kermissen weinig te eten was en men zich tevreden moest stellen met goedkope kost zoals kipkap. Met die gierigheid werd de spot gedreven door naburige gemeenten.
| Nog een spotnaam voor Puursenaren? ‘Gordijngluurders’! Blijkbaar zagen zij alles wat er op straat gebeurde zonder zelf buiten te komen – stiekem van achter het gordijn dus. |
Ruisbroek: Kaballen
Inwoners van Ruisbroek kregen de bijnaam ‘kaballen’, afgeleid van het Spaanse
caballo - wat paard betekent. Vroeger bleven hier afgeleefde paarden uit het Spaanse leger achter. In Ruisbroek ontstond een intense handel in deze oude knollen. Wist je dat het dorp nog tot aan de Eerste Wereldoorlog zo’n twintig paardenhandelaars telde?
Sint-Amands: Gipsheren
De bijnamen ‘gipsheren’ is afgeleid van gips: een dun stokje. De inwoners van Sint-Amands stonden erom bekend zo'n tak af te snijden om ermee te pronken als wandelstok tijdens hun bezoek aan andere dorpen. Ze hingen dus de grote jan uit en deden zich chiquer voor dan ze waren.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onze werkgroep Erfgoed.
De cartoons zijn gemaakt door striptekenaar Luc Morjaeu uit Puurs.